Opstand in Syrië
| In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven. De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn. |
| Opstand in Syrië 2011-2012 | ||
| Demonstratie in Banyas op 29 april 2011 | ||
| Plaats | Syrië | |
| Periode | 15 maart 2011 - heden | |
| Aanleiding(en) | Arabische Lente elders | |
| Protesterende partij(en) | Soennieten, democratische oppositie, islamisten, Syrische Koerden | |
| Kenmerken | Betogingen, hongerstakingen, rellen, gewapend verzet, bombardementen, aanslagen | |
| Resultaat | Delen van Syrië vallen in handen van het gewapende verzet | |
| Doden | > 8.000[1]
(Syrische regering claim): 2,253 veiligheidstroepen,[2][3][4][5] 754 opstandelingen[6][7][3][8] en 700 burgers[9] gedood (op 8 februari) Totaal: 3,707 |
|
De opstand in Syrië van 2011-2012 wordt gevormd door een gewapende opstand en protesten van zowel de democratische oppositie, achtergestelde soennieten en politieke islamisten onder de bevolking in Syrië. De protesten begonnen op 15 maart 2011. De opstand werd beïnvloed door de andere protesten en opstanden in de regio (Arabische Lente), en is tot nu toe ongekend voor het land. De betogers vroegen om politieke hervormingen, een einde aan de overheersing van de Baath-partij en meer burgerrechten, en het einde van de noodtoestand die al bestond sinds 1963. De opstand heeft allerlei vormen aangenomen, zoals marsen en hongerstakingen. Echter nam na de opstand na eerste maanden ook een militair karakter aan waarna vanuit NAVO-lidstaat Turkije en vanuit Libanon soennitische legerdeserteurs samen met Syrische islamisten een gewapende strijd tegen het Syrische leger, de Syrische politie en president Assad begonnen.[10]
De regering van de Syrische president Bashar al-Assad zet hard in om de gewapende opstand neer te slaan en daarbij zijn naar schatting al meer dan drieduizend doden gevallen, onder wie zowel gewapende opstandelingen als burgers. Het buitenland veroordeelde het geweld in het land. Ondanks alle inspanningen van het leger werd er echter nog lang geprotesteerd in een aantal steden.[11]
De Syrische veiligheidsdiensten hebben honderden betogers (volgens de regering gewapende rebellen tussen protesten) gedood. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon heeft het geweld veroordeeld als "onaanvaardbaar".[12] Inmiddels heeft de regering-Assad democratische hervormingen beloofd en een nationale dialoog opgestart. Evenwel is in de herfst van 2011 het Vrije Syrische Leger geformeerd om de opstand gewapend te ondersteunen; het Vrije Syrische opstandelingenleger voerde in 2011 en 2012 aanvallen uit tegen gasleidingen en legerposten.[13] President Assad kondigde op 12 januari 2012 aan dat in maart 2012 een volksraadpleging met deelname van alle stemgerechtigde Syrische burgers zal worden gehouden. Dit referendum betreft voorgestelde democratische veranderingen in de grondwet van Syrië.[14]
Koffi Anan is benoemd in het conflict als speciale gezant voor de Verenigde Naties en de Arabische Liga. Hij stelde een zespuntenplan op dat een einde aan het geweld moest stellen en dat door Syrische autoriteiten werd aanvaard. In april 2012 stuurde de VN-Veiligheidsraad dertig waarnemers die moesten toezien op het staakt-het-vuren. Als dat werd nageleefd zou een volwaardige waarnemingsmissie gestuurd worden. Op 21 april 2012 werd de VN-Toezichtsmissie voor Syrië opgericht met 300 militaire waarnemers.
[bewerken] Context
De heersende familie al-Assad behoort tot de minderheid van de alawieten, een aftakking van sjiitische islam, die ongeveer 6 tot 12 percent van de Syrische bevolking omvat. De alawieten hebben, met steun van andere minderheidsgroepen in Syrië en van de seculiere Ba'ath-partij, de Syrische veiligheidsdiensten vast in hun greep, en dit veroorzaakt een "diepe afkeer" onder de activistische minderheid van politiek-islamistische soennieten in Syrië.[15] Volgens het seculiere Syrische regime strijdt het Syrische leger uitsluitend tegen gewapende demonstranten en tegen gewapende bendes van politieke islamisten. Assad heeft een dialoog met de democratische oppositie beloofd, maar de protesten duren voort. Bij de strijd in de merendeels soennitische gebieden rond Hama en Homs is het Syrische leger nauw betrokken.
[bewerken] Verloop
Op 29 maart nam het gehele Syrische kabinet ontslag als een toegeving aan de betogers.[16] Op 19 april werd de noodtoestand, die sinds 1963 van kracht was, officieel opgeheven.[17] Op 26 april riep de VS alle Amerikaanse burgers op Syrië te verlaten.[18] Op diezelfde dag gaf ook Nederland dit advies aan haar burgers. [19]
Op 25 april trok het Syrische leger de zuidelijke stad Daraa, het centrum van het verzet, binnen met tanks en pantservoertuigen. De stad werd geïsoleerd van de buitenwereld en water en elektriciteit werden afgesloten en door de veiligheidsdiensten werd bloem en voedsel geconfisqueerd. De stad werd beschoten door de militairen om de demonstraties (volgens het leger gewapende bendes) de kop in te drukken.[20] Een gelijkaardige situatie was er ook in Homs.[21]
Op 29 april verdween de 13-jarige Hamza al-Khatib tijdens een betoging in Deraa. Eind mei bleek dat hij was gemarteld en doodgeschoten. Hij groeide vervolgens uit tot een symbool van de opstand onder met name soennitische betogers.[22]
Vanaf 5 mei begon een geleidelijke terugtrekking van het leger uit de stad Daraa. [23] Op 7 mei lanceerde het Syrische leger een belegering van Baniyas[24] en op 8 mei bereikte het Syrische leger Tafas[25] Tijdens de bezetting van de steden werden razzia's gehouden waarbij voornamelijk mannen werden opgepakt.[26][27] Op 9 mei vertrokken er legervoertuigen richting Hama[28] en ook in Tel Kalakh werd gewelddadig opgetreden waarbij het Syrische leger vluchtelingen richting Libanon onder vuur nam.[29] Volgens de Syrische regering ondernemen islamisten vanuit Libanon aanvallen op Syrisch grondgebied, derhalve heeft de Syrische regering vanaf 31 oktober het grensgebied met landmijnen beveiligd. Vanuit noordelijk Libanon en vanuit Turkije, tot 2011 een bondgenoot van het seculiere Syrië, opereert thans het Vrije Syrische Leger van de opstandelingen.[30]
Soennitische deserteurs uit het Syrische leger hebben in oktober 2011 met steun van Erdogan in oostelijk Turkije een Vrij Syrisch Leger opgericht om de opstand te ondersteunen.[10] In Noord-Soedan en andere Arabische landen protesteerden islamisten tegen het seculiere Syrische regime uit solidariteit met de Syrische betogers.[31]
[bewerken] Gevolgen
Als reactie op het bloedig neerslaan van protesten dreigde buurland Turkije op 15 november 2011 met het stopzetten van de elektriciteitsvoorziening aan Syrië.[32] Op 17 november hebben de ministers van Buitenlandse Zaken van de Arabische Liga de schorsing van Syrië als lid van de Arabische Liga geformaliseerd op voorstel van Saoedi-Arabië en Qatar.[33][34] Op 27 november 2011 legde de Arabische Liga sancties op aan Syrië, omdat de regering weigerde het geweld tegen haar eigen burgers te staken.[35] De sancties betreffen een reisverbod voor hoge functionarissen, het bevriezen van transacties met de Centrale Bank van Syrië, handel met de Syrische regering wordt gestaakt met uitzondering van goederen voor burgers en tegoeden van de Syrische regering worden bevroren. Resoluties van de Verenigde Naties die het geweld veroordeelden haalden het niet vanwege de Russische en Chinese steun aan Assad.
| Zie de categorie Opstand in Syrië van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Protesten in de Arabische wereld | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
|